Reisfotografie is echt niet alleen weggelegd voor de professionele fotografen. Met een beetje oefening, de juiste camera en een beetje kennis kan je juist op reis de meest mooie foto’s schieten. Andere landen zijn vaak al snel fotogenieker omdat veel dingen nieuw of anders zijn. Wil je jouw reisfotografie naar het volgende niveau tillen dan hebben we hier enkele tips voor je die makkelijk toe te passen zijn voor iedereen. We maken het niet te technisch maar juist lekker praktisch zodat je met wat kleine trucjes indrukwekkendere foto’s zal nemen!

#1 Ga de deur uit zonder doel

Tenzij je een specifiek onderwerp wilt vastleggen, zoals een tempel of een markt, is het goed om een paar uur door een dorp, stad of bos te wandelen en vanzelf te zien wat er op je pad komt. Vaak zijn spontane foto’s namelijk de beste. Doe dit tijdens de ‘golden hour’, het uurtje na zonsopkomst en het uurtje voor zonsondergang, want dan is het licht het mooist.

#2 Reis met weinig gewicht

Tijdens een lange hike, zal je hoogstwaarschijnlijk helemaal bezweet en uitgeput zijn en al die extra kilo’s aan cameramateriaal kan je dan echt niet gebruiken. Je voorkomt een hoop gedoe door alleen maar de noodzakelijke spullen mee te nemen en jezelf nog eens goed af te vragen of dat statief en 5 extra lenzen wel echt nodig zijn voor deze tocht. Zo ben je flexibeler en maak je gemakkelijker goede foto’s.

#3 Koop een systeemcamera in plaats van een spiegelreflex

Veel mensen kopen in de eerste instantie een spiegelreflexcamera wanneer ze een nieuwe ‘professionele’ camera nodig hebben, omdat de kwaliteit zo goed is. Met een degelijke systeemcamera zal je minstens zo goede foto’s maken, nog steeds de mogelijkheid hebben om lenzen te verwisselen, maar zal je wel een stuk minder gewicht met je meedragen. Ook kunnen de meeste systeemcamera’s ontzettend snel foto’s achter elkaar maken, zeker vergeleken met de instap-spiegelreflexcamera’s.

#4 Gebruik nabewerkings-software

Programma’s zoals Lightroom kunnen veel toevoegen aan de kwaliteit van je foto’s. Er zijn ontzettend veel opties, maar is er al veel verbetering te zien na wat kleine aanpassingen: de belichting, je contrast en kleurbalans zijn dingen die binnen een paar seconden zijn aan te passen, maar een foto veel mooier maken als je ze correct instelt. Een onbewerkte foto is vaak minder kleurrijk dan de werkelijkheid dus je mag hier best wat in aanpassen. Echter moet je er niet in doorslaan want dan zal je de foto’s alleen maar minder aantrekkelijk maken. Ook het uitsnijden van een foto kan een groot verschil maken en vergeet niet om te letten op een rechte horizon. Lightroom is gratis op je mobiel maar kost wel een licentie op de desktop.

#5 Neem niet teveel lenzen met je mee

Vaak zal je meer lenzen met je meebrengen dan je eigenlijk nodig hebt; als er iets interessants gebeurt, ben je waarschijnlijk al te laat om het vast te leggen als je je lens gaat verwisselen. Een aanrader is om een groothoeklens mee te nemen voor de landschappen en overzichtsfoto’s en nog een telelens voor de portretten. Om een voorbeeld te geven wat je kan gebruiken voor een instap-systeemcamera/spiegelreflexcamera: 18-55mm voor de landschappen en 55-200 voor portretten en dieren. Zo zal je met twee lenzen in elke situatie uit de voeten kunnen. Meer lenzen maken je cameratas alleen maar zwaarder en minder comfortabel.

#6 Focus niet te veel op materiaal, maar op je onderwerp

Er zijn genoeg fotografen die fantastische foto’s maken met alleen een telefoon, dus uiteindelijk zal materiaal niet het belangrijkste zijn. Het vastleggen van oprechte emoties en interessante scenarios is veel belangrijker en uiteindelijk ook veel leuker voor de kijker. Of die uiteindelijke foto nou 5 megamixel of 50 megapixel heeft, maakt voor de emotie minder uit.

#7 Bekijk niet je hele reis door de camera, maar ga ook dingen ervaren

Het is soms wel eens goed om je camera om de dag mee te nemen, in plaats van iedere dag. Het is fijn om gewoon rond te kunnen lopen en dingen te doen, zonder continu te hoeven focussen op een juiste compositie of uit te kijken dat je camera niet nat wordt. Ook al kan het aanvoelen alsof je mooie gebeurtenissen mist door je camera niet bij je te hebben, er zullen altijd meer dingen zijn waar je gave foto’s van kan maken. En in geval van nood kan je je telefoon altijd nog uit je broekzak halen.

#8 Vraag niet altijd om toestemming

Veel mensen zullen zeggen dat je altijd om toestemming moet vragen voordat je een foto maakt, maar soms zal je in een situatie komen waarbij zich een uniek tafereel voor je afspeelt en door op zo’n moment toestemming voor een foto te vragen, kan het unieke moment voorbij gaan. Vaak zijn gezichtsuitdrukkingen natuurlijker wanneer iemand wordt vastgelegd zonder te poseren, dus het kan veel meerwaarde aan foto’s geven. Het help hierbij natuurlijk als je een lens hebt waarmee je goed kan inzoomen zodat je niet met je camera er bovenop zit. Natuurlijk moet je wel je onderwerp met respect behandelen en als je ziet dat iemand het echt niet eens is met de foto, kan je altijd naar de persoon toe gaan en de foto laten zien; dan komt het vrijwel altijd goed!

#9 Maak een connectie met de mensen die je wilt vastleggen

Soms zal je tijdens het reizen voor langere tijd op dezelfde plek blijven. Als je een paar keer met een persoon gesproken hebt zonder camera, zal het daarna veel makkelijker zijn om deze persoon te laten poseren voor je camera, omdat iemand zich meer op z’n gemak voelt.

#10 Neem soms wat tijd voor jezelf

Het is fantastisch om samen te reizen met andere mensen, maar soms wil een groep tijdens een hike verder lopen, terwijl je net een goede mogelijkheid voor een foto zag. Ga af en toe alleen op pad om lekker de tijd te nemen om dingen vast te leggen. Op deze manier heb je veel meer mogelijkheden om iets moois te fotograferen en je hoeft niet op de anderen te letten.